Geschiedenis

Geschiedenis van de Wimmenum-er duinen

Het Zandgat en de Nollen zijn beiden unieke duingebieden en in combinatie met de mooie natuur uitstekend geschikt voor het plaatsen van zomerhuisjes voor natuurliefhebbers. Hieronder volgt de geschiedenis van dit prachtige gebied met zoveel mogelijk plekjes, geuren en herinneringen.

De heerlijkheid van Wimmenum

Uit het archief: 28 november 1994

“Vorig jaar heeft het waterleidingbedrijf de heerlijkheid van Wimmenum of in de volksmond de duinen van Six aangekocht.”
Zo begint het pamflet van Corrie Spoel en Henk Dekker gericht aan de leden van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Ze waren daar aanwezig om vanwege hun verontwaardiging en vooral zorg over het voortbestaan van de huisjes in de duinen van het Woud. Ze haalden met het pamflet de pers en stonden met een foto in de krant. Die zorg om hun dierbare bezit zou voor de komende jaren eerder groeien dan afnemen. De antiklimax eindigde in het besluit van de Provincie om alle huisjes in het duingebied bekend als Het Zanggat ‘t Woud, voor 2010 te verplaatsen naar de Nollen en af te breken. Voor eigen kosten natuurlijk. Corrie en Henk hoeven deze afbraak gelukkig niet mee te maken; hun nazaten wel.

Voor de volledige tekst is bij downloads en na inloggen een kopie van het pamflet bijgevoegd.

Heerlijkheid Wimmenum

Het zomerhuisje van Corrie Spoel en Henk Dekker is in 1952 in het Zandgat gebouwd. Eerst wit, linnen dak en slaapkamer met twee dubbele bedden is het later vergroot tot woonkamer plus aparte slaapvertrek. In het dal stonden 14 huisjes, van 1 april tot 1 oktober vrijwel elk weekend bewoond. Olielampen en houtkachels worden voor verlichting en verwarming gebruikt. Het drinkwater werd met emmers uit een centrale pomp op het diepste punt in het dal gehaald. Later werd een eigen bron geboord en een elektrisch aangedreven pomp voert het water omhoog en naar het huisje. Zonnepanelen verzorgen de energie. Het huisje werd goed onderhouden maar koste wel elke vrije cent. Dat was en is het nog steeds waard.

Schotvanger Het Woud

Langs de Herenweg, net voor de bocht met de donkere bomen was de winkel van Schotvanger, de lokale kruidenier en verkocht alles! waaronder: petroleum, eieren, brood, Verkade waxinelichtjes, levensmiddelen, rattengif en ga zo maar door. Als je het kleine winkeltje binnen kwam, liep je tegen de carrousel met aanzichtkaarten. En op een daarvan waren wij gefotografeerd! De fotograaf had op de foto geprint: Egmond, kampeerterrein ‘t Zandgat.” het huisje rechtsonder met de vrouw in de ligstoel moet Oase zijn. Helemaal aan de andere zijde van het dal, wit en hoog staat het huisje van de familie Dekker. Let ook op het kale duin. Geen boom op het duin en je kijkt zo naar Alkmaar

Dirk Dekker

Het Zandgat en de familie van Ingen

Klaasje Kamminga en Gerrit van Ingen lieten in 1950 door de firma Apeldoorn een klein huisje in het Zandgat bouwen: de Woeste Hoogte.(mijn schoonmoeder was dat boek aan het lezen en vond het wel een passende naam)

Het was er geweldig; de familie ging er elk weekend heen en in de zomer waren zij er wel 6 weken. Klaasje, Gerrit, Piet, Gijs, Ruud, Wim, opa en oma Kamminga, vriendjes, voor iedereen was er plaats. Langzamerhand kwamen er meer huisjes en er werden vriendschappen voor het leven gesloten.
Die verhalen van vroeger heb ik zelf niet meegemaakt, maar het moet er heel leuk geweest zijn: volleybaltoernooien, feestjes voor jong en oud (kijk maar naar de zaklopende ouders op de foto’s ) etc. ‘s Avonds als de kinderen sliepen feestten de ouders vrolijk door.

De bakker, de visboer en de olieboer kwamen nog het duin in om hun waren aan de man te brengen. Als er over vroeger wordt gesproken gaat het heel vaak over Egmond.

Toen ik Gijs ontmoette werd ik al heel snel meegenomen naar het Zandgat en ik heb Gijs en het duin in mijn hart gesloten. Ook onze kinderen hebben in het zand gespeeld, hebben zelfs zomers bij Hilbrandt Kramer op de Boswaidschool in Egmond aan de Hoef gezeten en als zij over hun jeugd praten gaat het ook vaak over Egmond.

Het oude huisje is inmiddels vervangen door een nieuwe en dat huisje heeft de verhuizing naar De Nollen doorstaan. Nu staat de Woeste Hoogte weer in volle glorie in een nieuw duinpannetje. Het is nog wel even wennen: het is niet het knusse Zandgat waar je iedereen kende en ‘s avonds, als de olielampen brandden, precies kon zien wie er wel en niet was. Maar er zijn ook voordelen: een waterleiding! Wat een luxe! Geen gesleep meer met emmers van en naar de pomp, geen water meer opzetten om de kinderen in een teiltje water te zetten en schoon te boenen! We hebben nu een heus badschuurtje (van ons schuurtje hebben we een droom van een badschuurtje gemaakt) en we kunnen nu elke dag heerlijk onder de douche.

Af en toe gaan we nog wel eens naar het Zandgat om herinneringen op te halen: er zijn al heel wat huisjes afgebroken. Gerrit van Ingen is al 40 jaar geleden overleden. Velen van de eerste generatie zijn er niet meer. Onze kleine blonde kindertjes zijn inmiddels volwassen en wonen cq studeren in Amsterdam.

Na 2010 zal de 2e generatie de Zandgat traditie voortzetten in de Nollen en wellicht gaan ook onze kinderen weer met hun kinderen naar Egmond. Dan is er een einde gekomen aan meer dan een halve eeuw Zandgat, waar zeer dierbare herinneringen liggen en vriendschappen zijn ontstaan die tot op de dag van vandaag voortduren.

Marianne Neuteboom

Zomer in Het Zandgat

Geschiedenis

In 1995 presenteert PWN een supplement beheernota 1991-1995 wat in 1995 is gepresenteerd. Deze Beheernota bepaalde onder andere dat een aantal huisjes moest verdwijnen. Een ecologische corridor bepaalt nu de herinrichting en het bestaansrecht van de huisjes.
Ter voorbereiding van de Provinciale Statenvergadering Noord-Holland in 1994 werd door de bewoners van de Nollen, ‘t Woud en het Zandgat petities aan de raadsleden aangeboden.

Een prachtig boekwerk “Van Six naar Nix”, waaraan Marijke Koeman en Hans Timmer zoveel werk hebben besteed heeft nog steeds haar actualiteit niet verloren. 100 genummerde exemplaren zijn gedrukt en de kleuren door de kinderen ingevuld. Bijeengebonden door een touwtje is het een unieke uitgave geweest.

De eerste pagina begint met al volgt:

“Wat hebben wij toch misdaan?”

Deze inleiding beschrijft de oude situatie in het duin met de toenmalige eigenaar Jonkheer Six van Wimmenum, feodaal maar zeker de slechtste niet. Hij hield van jagen en zag ook de bodem van de schatkist en bedacht in 1948 dat de duinen ook aan gewone mensen verhuurd konden worden. het bracht geld op en in de herfst en winter kon weer gejaagd worden. Het mooie huis Schuylenburg diende toen als jachthuis. Ook het pamflet van Corrie en Henk Dekker is in die tijd gemaakt.

Klik hier om het document te openen

Bewoners brief

Geachte lezer,

Zojuist heb ik het artikel gelezen met oude foto’s van vroeger over de kampeerhuisjes op het terrein achter de boerderij van de Familie van Piet Schotvanger en zijn vrouw en 8 kinderen. Piet had in die tijd koeien en was veeboer en hij verkocht o.a. de melk aan de kampeerders van het Zandgat.
Ik kwam als kind hier elk jaar met mijn grootouders en het is precies zoals ik het weer teruglees: petrolium lampen, water halen bij de pomp, elke dag even naar dat winkeltje voor de boodschappen… De vrouw die dat winkeltje beheerde was ook familie van Piet Schotvanger, en op het erf was ook een boerderij waar zijn oude moeder in woonde.

Ik herinner mij dat het altijd koud en donker was als ik eens in dat huis naar binnen mocht met de kinderen van Piet, Marga of met Marjan Schotvanger.

Als ik bij Piet de stal in liep, hing daar altijd een vreemde geur… Je liep op harde keien en weerszijden waren de stallen voor de koeien maar die in de zomermaanden leeg waren liep ik dan door de stal naar het woonhuis, dan kwam ik in de keuken waar voornamelijk het boerenleven zich afspeelde en het rook altijd naar rauwe gekookte melk.

Die lucht was ik niet gewend als stadskind uit Amsterdam. Ik vond de geur nooit echt prettig in mijn neus, maar dat hoorde gewoon bij dat huis en die familie. Ik kan het nog ruiken als ik wil…

Veel later deed Piet zijn koeien van de hand, en ging hij in ‘caravans’ een tijd.

Hoe het nu is en of dat huis er nog is… Dat winkeltje is allang afgebroken.

Als ik op dat erf naar het huisje wilde gaan, moest ik een smal zandpad oplopen dat behoorlijk steil omhoog liep, rul zand, en ik was altijd bekaf als ik boven was aangekomen. Het was een uur lopen door de duinen naar het strand en niet ver weg was een camping aan de Heerenweg met de naam De Oase of vergis ik me nou…

Wat een tijd van eenvoud en geluk, van tevredenheid omdat je niet gewend was aan luxe zaken, dus die miste je totaal niet. Het huisje had 2 smalle slaapkamers met stapelbedden en een kleine woonkamer met een soort van waranda aan de kamer kant. Poepen deed je in een pot of emmer en mijn grootvader groef meteen een diep gat in de grond achter het huisje en elke keer werd die pot geleegd… Je wist niet beter of dit was heel gewoon en normaal. Ik kan mij niet meer herinneren of er later toiletblokken zijn aangelegd, zou best eens kunnen.

Vanaf een jaar of 2 tot aan mijn 12de jaar ben ik daar elke jaar geweest en dat ging vanuit Amsterdam met de fiets naar Egmond ‘t Woud. Een hutkoffer werd vooruit gestuurd met een speciale auto, die firma is reeds lang geleden opgeheven en was landelijk bekend. Van Gend en Loos schiet me nu ineens weer te binnen.

Eerst kwam je aan in Egmond Binnen, toen Egmond aan de Hoef, en dan ging je die weg op naar ‘t Woud tot aan het winkeltje met de rode dakpannen en je was er. Van verre zag je dat winkeltje al.

Ik voel nu weer een soort van gelukzaligheid en vrijheid die ik altijd voelde… Geen hoge huizen zoals in Amsterdam maar duinen waar je adem kon halen, kon rennen, gek kon doen als kind… In Egmond aan Zee was er ook een ‘huis’ voor kinderen die moesten aansterken, ben even vergeten hoe zoiets ook al weer heette, misschien kom ik er nog op…. Ligt op mijn tong notabene… Weet het weer: sanatorium, ouderwets woord hoor haha.

Ik praat nu over 55 jaar geleden. Ik ben van 1947. Ik weet niet of jullie mijn bijdrage op prijs stellen maar ik werd toch gegrepen door de verhalen en foto’s en kon het niet laten hier op in te haken.
Ik wil er best nog wel eens kijken, weer lopen waar die huisjes hebben gestaan of misschien nog staan, weer door dat smalle hoge zandpad als dat er nog is.

Met vriendelijke groeten,

Rita A.