Nieuwbouw kerncentrales, Borssele-LTO en SMR's: publieke CAPEX zonder merchant-businesscase

Analyse dossier

Nederland plant twee (mogelijk vier) nieuwe grote kerncentrales, bedrijfsduurverlenging van Borssele na 2033, en een SMR-programma. Officiele investeringsindicatie voor twee centrales: EUR 20-30 mld excl. financieringslasten; Klimaatfonds-reservering ca. EUR 14 mld is onvoldoende. Marktconsultatie (KPMG e.a.) toont dat private partijen zonder GSP/CfD/publiek kapitaal niet bouwen. LCOE: KPMG (GSP 2025, 2x1.650 MW, capex 30 mld) 81 EUR2025/MWh bij volledig publieke financiering zonder rente tijdens de bouw, 88-98 met private componenten, 134 bij 10 mld overschrijding + 5 jaar vertraging + bouwinflatie; merchant (W+B 2022) 114; NEA 2025 near-term 95-168 USD/MWh. Marktprijs: day-ahead 2025 87 EUR/MWh (CBS), PBL-raming 2030 73 (48-105), forwards 2027-2033 ca. 74 (TNO). Afgeschreven Borssele is wel winstgevend (EPZ netto EUR 3-7 mln/jr); dat zegt niets over nieuwbouw-IRR.

Grondoorzaak

Kernnieuwbouw is geen merchant-businesscase: alleen bij volledig publieke, goedkope financiering nadert de LCOE (81) de verwachte marktprijs (73-75 EUR/MWh); met private financiering of kostenoverschrijding ligt ze er ruim boven (98-134; merchant 114). De betaalbaarheid hangt dus aan de Staat die kapitaal- en bouwrisico draagt. Borssele-LTO en SMR's delen dezelfde governance- en risicovragen (eigendom Staat 70% EPZ, WAKO-plafond, ANVS). Zonder geintegreerde MKBA (LCOE, systeemkosten TNO R11293, aansprakelijkheid, eigendom) dreigt asymmetrische verdeling van risico (publiek) en rendement (deels privaat).

Sociale schade
8 /10
Complexiteit
9 /10
Escalatierisico
8 /10

Effecten van de huidige situatie

Effecten van de situatie zonder nieuw beleid, in € miljoen per jaar met 1 decimaal. Negatief is een nadelig effect. Lage impact is de grens die het dichtst bij 0 ligt, hoge impact de grens die het verst van 0 ligt, voor positieve en negatieve effecten. Financiële effecten zijn begrotingsuitgaven, begrotingsinkomsten en gemiste belastinginkomsten; maatschappelijke effecten zijn welvaartseffecten; risico's staan als jaarlijkse bufferpremie, kans maal schade. Onderaan staat het totaal.

EffectLage impact
€ mln/jaar
Midden
€ mln/jaar
Hoge impact
€ mln/jaar
HoeveelheidBron
Financiële effecten (begroting en gemiste inkomsten)
Begrotingsuitgaven (huidige situatie)-92,2-92,2-92,2–
peiljaar 2027
dp:1606 src:1625
Begrotingsuitgaven huidige situatie, ontwerpbegroting 2027. Hfdst XXIII KGG art. 31 regeling Projecten Kernenergie 80,2 mln en Diverse subsidies kernenergie 12,0 mln. Hfdst M KEF art. 1 Kernenergie 0,6 mln niet meegeteld: dat is een bijdrage aan een ander begrotingshoofdstuk, dus een interne overboeking die anders dubbel telt. Budgetitem 16 KEF-reservering kernenergie is een meerjarige reservering en niet als jaaruitgave 2027 meegeteld. Aandeel bestaande Borssele versus nieuwbouw niet te scheiden. dp:1606, Bron src:1625. Prijspeil en begrotingsjaar 2027; de bron geeft een puntraming, dus laag, midden en hoog gelijk. Uitgave, dus negatief.
Subtotaal financiële effecten-92,2-92,2-92,2
Risico's (jaarlijkse bufferpremie)
Rampenrisico (jaarlijkse premie) (eigen schatting)-114,6-190,0-378,00,00 (0,00 tot 0,00)
peiljaar 2040
dp:1600 src:1620 src:1621 src:1623 src:1689
Rampenrisico extra reactorjaren door nieuwbouw van 2 grote reactoren, vanaf ingebruikname rond 2040, PeilJaar 2040. Zelfde methode als ae:1: 2 reactoren x kans 1 op 5.129 / 5.000 / 3.625 per reactorjaar dp:1600, Bron src:1620, dp:1601, Bron src:1621, x schade 294 / 475 / 685 mld euro: Fukushima dp:1603, Bron src:1623, plus 2.351 rampgerelateerde doden x VSL dp:1689, Bron src:1689, Bron src:1659. Laag -114,6, midden -190,0, hoog -378,0 mln per jaar. Geen dubbeltelling met ana:35: dat is de bestaande reactor; Borssele-LTO valt na 2033 onder ana:35. Alternatief PSA Gen III+ circa 1e-6 per reactorjaar geeft circa -1 mln, niet leidend om dezelfde reden als ae:1. SMR's niet meegeteld. Schatting. Schade, dus negatief.
Subtotaal risico's-114,6-190,0-378,0
Totaal effect huidig beleid-206,8-282,2-470,2financiële effecten + maatschappelijke effecten + risico's
waarvan eigen schatting: -114,6 / -190,0 / -378,0 € mln per jaar (lage impact / midden / hoge impact)

Open data: help mee. Zie je een fout, een betere bron of een ontbrekend cijfer in deze analyse? Stel een correctie of aanvulling voor. Voorstellen worden alleen door een mens beoordeeld en doorgevoerd; elke wijziging wordt gelogd.

Correctie of aanvulling voorstellen
Video / media

Analyse

Scope

Nieuwbouw grote centrales (voorkeur Borssele), Borssele-LTO na 2033, SMR-programma. Aansprakelijkheid apart in ana:35.

Kosten (bronnen)

  • Investering 2 centrales: EUR 20-30 mld excl. financiering (Kamerbrief/AH-TK; src:105).
  • Klimaatfonds ca. EUR 14 mld onvoldoende (src:104/src:105/src:111).
  • TNO overnight ~EUR 7.100/kW; systeemkosten bij hoge vraag inwisselbaar met wind-op-zee; bij lage vraag +EUR 0,8 mld/jr (src:103).
  • LCOE NL-project: KPMG GSP 2025 81 EUR2025/MWh (publiek, 0% bouwrente) tot 98 (private componenten); 134 bij +10 mld, +5 jr, bouwinflatie (dp:156; src:133). Merchant W+B 2022: 114 (dp:150). NEA 2025: 95-168 USD/MWh near-term, 56-87 NOAK (dp:154-155). Literatuurband 100-400 (dp:114) is ruimer.
  • Marktprijs: CBS day-ahead 2025 87 EUR/MWh; PBL 2030 73 (48-105); TNO forwards 2027-33 ca. 74 (dp:157-159).
  • Kosten die de bronnen apart van de investeringsindicatie noemen: eindberging COVRA 10,3 mld met twee nieuwe centrales tegenover 3,3 mld zonder (budgetitem 110); nieuw 380 kV-station in Zeeland 0,8 tot ruim 1 mld (budgetitem 111); koelwatertunnel 'in de miljarden' (geen bedrag); redispatch 0,5-1,3 mld/jr. Zie opportunity costs punt 6.

Eigendom Borssele

Staat koopt 100% ZEH (=70% EPZ); RWE 30% (src:110 / dp:112). EPZ netto winstgevend 2023-2025 (dp:113).

Conclusie voor MKBA

Alleen bij publieke financiering ligt de LCOE dicht bij de marktprijs (weinig CfD nodig); dan draagt de Staat kapitaal- en overschrijdingsrisico. Welvaartsargument loopt via systeem/leveringszekerheid/beleid, niet via private IRR. Budgetitems CAPEX en Klimaatfonds horen zichtbaar in de rekentool, net als de meerkosten voor eindberging en netaansluiting (budgetitems 110/111).

Update 28-09-2026: verdeling Klimaatfonds (KEF) en verdringing

  • Na besluitvorming (KEF-begroting 2027, src:431): 13,2 mld vrije ruimte, waarvan 13,0 mld in het perceel Kernenergie (13.040,0 mln, p.14) en 165,5 mln in de overige percelen (p.20/24/28/31, eigen optelling). Dat is 98,7% voor kern (dp:531; budgetitems 16 en 102).
  • Voor besluitvorming (PBL-quickscan MJP 2027, 27-03-2026, src:430): 13,7 mld vrij, waarvan 13,5 mld voor kern. De overige percelen hadden ca. 243 mln tegenover 10,5-13,5 mld aan claims (p.6-9), een factor 43-56 (dp:527; budgetitem 103). Energie-infrastructuur: 22,7 mln vrij tegenover 3.547-6.547 mln aan claims. Vroege fase opschaling: 228 tegenover 4.194 mln. Industrie: 1,5 tegenover 1.913 mln. Gebouwde omgeving: 0,016 tegenover 845 mln. PBL p.6: door budgettaire krapte zijn voorstellen afgewezen die van belang zijn voor klimaatneutraliteit in 2050. PBL ziet het risico op een minder evenwichtige verdeling en vraagt meer zicht op samenhang in tijd en ruimte.
  • Wat het kerngeld oplevert: 14 mld is volgens PBL mogelijk voldoende voor 2 centrales, niet voor 4 (p.18; dp:525). In de NPE levert kern in 2050 3,5-7 GW, ca. 5-10% van de elektriciteitsproductie (p.15-16; dp:537). Vrijwel de hele vrije fondsruimte gaat dus naar een techniek die voor ca. 2040 geen stroom levert en in 2050 een klein aandeel heeft.
  • Verdrongen of afgewezen (PBL): een aanvullend WarmtelinQ+-bedrag van 373-662 mln (p.36) en het Energiefonds energiearmoede van 750 mln, omdat het perceel geen budget had (p.85). Het aansluiten van nieuwe zonneparken loopt vertraging op (p.28). Wel toegekend: de Taskforce middenspanning, 14,966 mln (431 p.44), die de doorlooptijd met 12-18 maanden verkort (430 p.28-29).

Opportunity costs (RuleId 12): hetzelfde geld, dezelfde netruimte, ruimte en tijd

1. Geld: vermeden CO2 per euro. Volgens PBL SDE++ 2026 (src:350, tabel 20.1; dp:532) is de subsidie-intensiteit van wind op land 52-106 EUR/t CO2, van grondgebonden zon 62 en van zon op daken 93. Een procesgeintegreerde warmtepomp kost 5 EUR/t. Voor kernenergie bestaat geen actueel PBL-, CPB- of TNO-cijfer in EUR/t. Het enige gevonden cijfer is gedateerd: PBL 2018 (src:449, tabel 11 p.27; dp:549) raamt de nationale kosten van 1,6 GW extra kern in 2030 op -40 tot 20 EUR/t, bij 8.000 vollasturen. Op dezelfde maatstaf (tabel 6 p.22 en S1 p.6; dp:562) kosten 8 GW grootschalige zon en 5,4 GW wind op land -20 EUR/t, en kern en de eerste 5,3 GW wind op zee 20 EUR/t. Kern zat in 2018 dus aan de dure kant van de goedkope opties. Dat is een andere maatstaf dan de SDE++-subsidie-intensiteit, met kostendata uit 2016-2017. Let op: KEF-geld voor kern is deels kapitaal (eigen vermogen, lening of GSP) dat via opbrengsten kan terugvloeien. Het is dus niet een-op-een vergelijkbaar met SDE++-subsidie. De onrendabele top hangt af van de financiering: LCOE 81-134 EUR/MWh tegenover een marktprijs van 73-87 (dp:156-159). Binnen het KEF zelf geeft PBL doelmatigheidsindicaties voor tijdige alternatieven. Met ISDE 68 mln komen er ca. 17.000 warmtepompen bij, met SAH 77 mln ca. 11.000 warmtenetaansluitingen, samen 0,05 Mt CO2 (p.83-84; dp:536). ISDE en isolatie zijn positief geevalueerd.

2. Tijd: tijdig vermeden CO2 (2030-2040). Nieuwe kerncentrales werken op zijn vroegst vanaf ongeveer 2040 (KEV 2025 p.50; TNO: 2 centrales in 2040, 4 in 2050; dp:528). Hun bijdrage aan de doelen voor 2030 en 2035 is dus nul. De elektriciteitssector daalt al van 23,1 Mt (2024) naar 12,1 (9,0-19,8) Mt in 2030, vooral door wind en zon (KEV 2025 p.48; dp:529). De marginale emissiefactor die PBL voor de SDE++ gebruikt, is 0,13 kg CO2/kWh: het ongewogen gemiddelde van de uurlijkse marginale factoren in 2037 (SDE++ par. 5.1.2 p.56; dp:530). De categoriehoofdstukken van dezelfde bron (p.176/181) noemen 2036; de primaire vindplaats p.56 is aangehouden. KEV 2026 (src:450, tabel 2.2 p.53; dp:551) raamt de uitstoot van de elektriciteitssector in 2040 op 5,6-16,7 Mt in het basispad, en 5,0-13,6 Mt met aanvullend beleid. De tekst op p.95 noemt 5,1; de tabelwaarde is aangehouden. Volgens KEV 2026 p.94 bepalen gascentrales in 2040 in veel uren nog de prijs en de uitstoot, door een tekort aan CO2-vrij flexibel vermogen. Dat nuanceert het beeld: ook na 2040 verdringt een CO2-vrije kWh in een deel van de uren gas. Een kWh voor 2035 vermijdt naar verwachting wel meer CO2 dan een kWh na 2040. Een officiele emissiefactor per kWh voor 2040-2050 bestaat niet (gat). Er is geen eigen factor afgeleid, omdat de bandbreedtes van emissie en productie (517-752 PJ, tabel 22 p.204) niet gepaard zijn. Het KEV 2026-basispad rekent al met 1 nieuwe centrale van 1,1 GW in 2040 (bandbreedte 0-3,3 GW, p.94). Volgens KEV 2025 p.50 is er geen plausibel pad naar een CO2-vrije elektriciteitssector in 2035; daarvoor zijn regelbaar CO2-vrij vermogen, opslag en flexibele vraag nodig. Maatregelen met effect binnen 1-3 jaar (ISDE, SAH, isolatie, netaansluiting via de taskforce, flex) vallen wel binnen het venster 2030-2035. Omdat CO2 zich ophoopt, telt vroege reductie zwaarder voor de cumulatieve emissie (kwalitatief).

3. Netcapaciteit. TenneT (src:432/src:433) stelt dat 3,2 GW kern in Zeeland niet inpasbaar is zonder 5,4-7,1 GW regionale vraag, vijf keer zoveel als nu (dp:533). Anders loopt de redispatch op tot ca. 477-522 mln/jr, of 0,7-1,3 mld/jr als de vraag achterblijft (dp:534). Dan is 3-10 TWh/jr niet transporteerbaar, en wordt ca. 2,8 GW gedurende ongeveer 2.100 uur/jr afgeregeld. De redispatch alleen fors beperken kan door Borssele alpha/beta en Nederwiek 1 (wind op zee) plus bestaand gas- en kernvermogen uit de markt te halen (dp:535). Twee centrales van 1,6 GW vragen 4 aansluitvelden van max. 800 MW (433 p.26; dp:552). Het geplande station EHO380 in Eemshaven heeft 8 productievelden (433 p.28 tabel 13). In dat ontwerp zijn ze met 2 velden voor wind op zee Doordewind, 2 voor VAWOZ en 4 voor kern alle 8 bezet; kern neemt dus de helft (eigen afleiding uit tabel 13). Een formele reservering van velden of MW voor kern bestaat niet; dat is zelf de bevinding. Kern en wind op zee concurreren dus direct om dezelfde 380 kV-velden en transportcapaciteit. De structurele oplossing kost tientallen miljarden en komt niet voor 2045. In Eemshaven of met SMR's buiten Zeeland zijn geen extra netinvesteringen nodig boven IP26 (432 p.4/12). TenneT adviseert de systeemkosten expliciet mee te wegen en te focussen op vraag en flexibiliteit. Ter vergelijking noemt TNO voor decentrale interventies (slim laden, V2G, warmtepompen, batterijen) een besparing van 4,5-24,5 mld op 107 mld aan netinvesteringen op land tot 2040 (dp:334, ana:54).

4. Ruimte. Een centrale met 2 eenheden vraagt een hoofdterrein van ca. 60 ha plus in de bouwfase een tijdelijk werkterrein van ca. 70 ha, en met koeltorens nog ca. 20 ha extra (src:451 p.22/24/75; dp:554). Dat is 60-130 ha, en meer met koeltorens. Per MWh is dat relatief weinig vergeleken met wind en zon (kwalitatief); hier is kern relatief gunstig. Daarbij komen veiligheidszones, het koelwatertraject en de COVRA-opslag. Een vergelijking per vermeden ton ontbreekt (gat).

5. Lock-in: baseload tegenover een flexibel systeem. Volgens TNO R11293 (src:103) is kern bij een hoge elektriciteitsvraag inwisselbaar met wind op zee; bij een lage vraag kost kern 0,8 mld/jr meer aan systeemkosten. De LCOE-ramingen gaan uit van een hoge bedrijfstijd (W+B: capaciteitsfactor 90%, dp:149). PBL 2018 p.27 noemt kern technisch flexibel, maar flexibel bedrijf bedrijfseconomisch niet aantrekkelijk. Bij 7.000 in plaats van 8.000 vollasturen stijgen de kosten van -40 tot 20 naar -24 tot 43 EUR/t (dp:550). NEA 2011 (src:453; dp:555) meldt voor load-following in Frankrijk een verlies aan capability factor van ca. 1,2% (JRC: tot 2%) (rapport-p.47). Onder een load factor van ca. 65% verslechtert de concurrentiepositie (rapport-p.48). Een expliciete LCOE-toeslag staat alleen in een figuur en is niet afgelezen. Deze cijfers dienen als proxy. Door de hoge vaste kosten staat een kerncentrale economisch onder druk om continu te draaien. Op een net met veel wind en zon leidt dat tot afregelen van CO2-vrij vermogen (TenneT: curtailment en redispatch, dp:534-535). TenneT en KEV 2025 p.50 wijzen juist op flexibele vraag, opslag en regelbaar vermogen. De GSP/CfD-verplichtingen en een levensduur van ca. 60 jaar leggen toekomstige begrotingen en systeemkeuzes vast (ana:35).

6. Kosten buiten het kernbudget. (a) Eindberging: COVRA raamt de eindberging in klei met de Masterplan-inventaris, inclusief twee nieuwe kerncentrales, op 10,3 mld (6,0-15,0). Met de huidige inventaris is dat 3,3 mld (2,0-4,8). Het gaat om overnight kosten, excl. btw, prijspeil 2022 (src:452 p.6/9; budgetitem 110). Het verschil van ca. 7 mld is een eigen afleiding en niet volledig aan nieuwbouw toe te rekenen: de Masterplan-inventaris bevat ook Urenco tot 2050 en 20 jaar extra bedrijfsduur voor Borssele. COVRA splitst dit niet uit. Wie deze kosten draagt (afvaltarief of Staat), is in de database niet vastgelegd (gat). (b) Netaansluiting: in Zeeland is een nieuw 380 kV-station nodig, eventueel met aanpassing van het 150 kV-net: 800 mln tot meer dan 1 mld (src:433 p.4; budgetitem 111). In Eemshaven is dat volgens TenneT niet nodig. (c) Koelwater: bij 7 van de 9 onderzochte locaties is een koelwatertunnel nodig, met meerkosten 'in de miljarden' (451 p.128, geen bedrag). (d) Redispatch 0,5-1,3 mld/jr (punt 3). Daarnaast noemt 451 p.128 veiligheidsmaatregelen van 100-500 mln (Eemshaven 2, Terneuzen 1A) tot 0,5-1 mld (Sloegebied, met uitkoop van bedrijven). Tegenover de investering van 20-30 mld noemt 451 (p.130) de locatiespecifieke meerkosten relatief beperkt. Deze posten staan niet in de KEF-reservering. Ze drukken op netgebruikers, COVRA of de Staat en verkleinen de ruimte voor andere maatregelen. De locatiekeuze (Zeeland of Eemshaven) is daarmee zelf een kostenbeslissing ter grootte van ca. 1 mld aan netstation plus mogelijk miljarden aan tunnel.

Vergelijking met analyses die dezelfde middelen raken

  • 46, netcongestie (mandaat 18; S/C/E 8/9/8). Zelfde netcapaciteit. Stop- en bronmaatregelen (flex, V2G, warmtenetten, besparing) werken voor 2030. De netinfra-claims in het KEF (3,5-6,5 mld) werden grotendeels niet gehonoreerd. ana:46 verwijst sinds 28-09-2026 inhoudelijk terug naar deze analyse (velden EHO380, redispatch, station).
  • 53, warmtenet tegenover all-electric (S/C/E 7/8/7). pol:150 (flexinkoop door de netbeheerder) en 152 (dubbele EB bij V2G en opslag wegnemen), beide politiek gesteund. Het gaat om hetzelfde KEF-perceel Gebouwde omgeving en om warmte-infrastructuur (WarmtelinQ+ afgewezen). Een warmtenet vraagt 0,1-0,3 kW per woningequivalent, een warmtepomp 1,6-2,5 kW (dp:280/dp:281).
  • 54, deelauto's en netontlasting: TNO dp:334.
  • 5 (energie-afhankelijkheid: uraniumtoevoer, leveringszekerheid als argument voor kern), 19 (fossiele subsidies: dezelfde begrotingsruimte), 52 (Aramis CCS: ook KEF-perceel en infra), 35 (aansprakelijkheid).
  • In de database zijn geen brede-welvaartsscores vastgelegd (analysis_bwtheme en policy_bwtheme zijn leeg). Een vergelijking kan daarom alleen op S/C/E, effecten en tijdigheid. Er bestaat geen aparte analyse over energiebesparing of isolatie (gat, ticket).

Fysieke infrastructuur (RuleId 8) en mandaat

  • Koelwater: tot ca. 150 m3/s bij een opwarming van 7-12 graden (src:451 tabel 3-3 p.22; dp:553). Bij 7 van de 9 locaties is een koelwatertunnel nodig met meerkosten 'in de miljarden'; alleen bij Eemshaven 2 en 3 is een open kanaal realistisch (p.128). Een specifieke toets van RWS voor de Westerschelde (warmtelozingsruimte) is niet gevonden (gat). Koeltorens verminderen de lozing, maar vragen ca. 20 ha extra (p.75).
  • Ruimte: 60 ha hoofdterrein (blijvend) plus ca. 70 ha tijdelijk werkterrein in de bouwfase, samen 60-130 ha, plus ca. 20 ha koeltorens (dp:554), naast veiligheidszones.
  • Netaansluiting: 4 velden van max. 800 MW. In het ontwerp van EHO380 bezetten die 4 van de 8 productievelden, zonder formele reservering (dp:552). In Zeeland is een nieuw 380 kV-station van 0,8 tot ruim 1 mld nodig (budgetitem 111), met congestie en redispatch (dp:533-535). Verder raakt dit het 380 kV-net in Zeeland en Noord-Brabant, IP26, de aanlanding van wind op zee (Borssele alpha/beta, Nederwiek 1, Doordewind, VAWOZ) en het middenspanningsnet (zonneparken).
  • Eindberging: COVRA 10,3 mld (6,0-15,0) met twee nieuwe centrales, tegenover 3,3 mld (budgetitem 110). Het aantal HRA-verpakkingen CSD-V stijgt van 502 naar 8.000 (src:452 tabel 1 p.6).
  • Overig: warmtenetten (WarmtelinQ), waterstofcavernes (245 mln toegekend, 431 p.44), uraniumtoevoer (alleen kwalitatief in 451; zie ana:5).
  • Mandaat: blijft 15, omdat de kern van dit dossier een publieke investering in opwek en eigendom is. De netaspecten horen bij ana:46 (mandaat 18); de integrale afweging loopt via deze koppeling en via pol:203 (systeemtoets). Aan pol:203 zijn de eindbergingsmeerkosten en het netstation gekoppeld als posten die de toets moet meewegen.

Beleidsopties (RuleId 10)

  1. Stop: pol:204. Het KEF-perceel Kernenergie wordt herijkt en niet verder vastgelegd zonder systeemtoets; verschuiving naar andere percelen is een optie. Budgetneutraal, omvang PM (policy_budgetitem 38/39).
  2. Bron: pol:203. Een integrale systeemtoets op euro, netruimte, ruimte en tijdig vermeden CO2, inclusief eindberging (budgetitem 110), netstation (111), koelwater en locatiekeuze.
  3. Herstel/gevolgen: netflex en V2G via pol:150 en pol:152 (ana:53) en netcongestie (ana:46). Deze zijn niet gedupliceerd.

S/C/E

Ongewijzigd (8/9/8). De nieuwe feiten (eindberging, netstation, koelwater, velden) verfijnen en vergroten de kostenkant, maar veranderen de schadeklasse, complexiteit en escalatie niet: die waren al hoog vanwege de 20-30 mld, het publieke risico en de netinpassing.

Aanleiding en bronkritiek

De aanleiding is Solar Magazine van 17-09-2026 (src:434, secundair). Het artikel schrijft de cijfers na besluitvorming (13,2 / 13,0 / 0,2 mld) toe aan PBL; die komen uit de KEF-begroting (431). PBL zelf noemt 13,7 / 13,5 mld en ca. 243 mln (stand maart 2026). Waar het artikel waarschijnlijk voldoende zegt, schrijft PBL mogelijk voldoende. De 15 mln voor de taskforce is bij PBL een conceptbeoordeling; de definitieve toekenning staat in 431. Inconsistenties in bronnen: SDE++ 2026 noemt voor 0,13 kg/kWh zowel 2037 (p.56) als 2036 (p.176/181); aangehouden is p.56. KEV 2026 noemt 5,0 Mt (tabel 2.2) en 5,1 Mt (tekst p.95); aangehouden is de tabel. src:451 is een eindconcept (12-06-2026). PBL 2018 is gedateerd.

Gaten (open)

  • Een actueel EUR/t CO2-cijfer voor kern (alleen PBL 2018 beschikbaar; dp:549/dp:550/dp:562).
  • Een officiele emissiefactor per kWh voor 2040-2050; PBL heeft de uurlijkse marginale data tot 2040 (SDE++ par. 5.1.2), maar publiceert ze niet.
  • De netkosten in Eemshaven zijn niet gekwantificeerd (TenneT: geen extra boven IP26).
  • Een koelwatertoets voor de Westerschelde, de tunnelkosten in euro en de uraniumtoevoer in cijfers.
  • De toerekening van de COVRA-meerkosten aan nieuwbouw, en wie ze betaalt.
  • Een expliciete LCOE-toeslag bij flexibel bedrijf (proxy: dp:550/dp:555).
  • Een analyse over energiebesparing en isolatie, en brede-welvaartsscores.
  • Een CPB-beoordeling van het kernperceel bestaat niet (beoordeling via fondsbeheerder/FIN met reflectie van PBL en TNO).

Betrokken bestuurders

Maatregelen

Herkomst van de bedragen per maatregel

Herkomst van de bedragen

Bronnen van deze analyse

Voor het rampscenario en de omvang van de geldstroom is nog geen bron per bedrag vastgelegd. Hieronder staan de bronnen en datapunten van de hele analyse.

Bronnen

Datapunten

Bronnen bij deze analyse
  • Advies basisbedragen SDE++ 2026 (PBL-publicatie 5698, gecorrigeerde versie juli 2026), hoofdstuk 17 CO2-afvang en -opslagdocumentonlinePBL (i.s.m. TNO); i.o.v. ministerie van KGG 2026
  • Energieprijzen energiebesparingsplicht (TNO 2026 M10491)documentonlineTNO (Gerdes, Menkveld) i.o.v. KGG 2026
  • ESB/RUG: LCOE-bandbreedte kernenergie vs zon/wind in NL-systeem 2030onlineMulder e.a. (Rijksuniversiteit Groningen) / ESB 2026
  • Integrale effectenanalyse Locatiekeuze nieuwbouw kerncentrales (eindconcept rev. 0.9, 12-6-2026)documentonlineAntea Group i.o.v. ministerie van EZK/KGG (officiele MER/IEA-publicatie, naar Eerste Kamer 19-6-2026) 2026
  • Kamerstuk 25422 nr. 310 - Brief IenW stand van zaken eindberging radioactief afval / AERA (gepubliceerd 6-1-2026)documentonlineMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat 2026
  • Kernenergie onder de loep (brochure GroenLinks Zeeland / PRO Zeeland, sept. 2026)documentonlineGroenLinks Zeeland (I. Flameling, F. Otte) 2026
  • Klimaat- en Energieverkenning 2026 (PBL-publicatie 6050)documentonlinePBL, TNO, CBS en RIVM 2026
  • Marktprijzen Energie 2000-2025 (KEV-prijzen 2025, tabel 5 Elektriciteit APX)documentonlineCBS (in overleg met PBL, t.b.v. KEV) 2026
  • Nederlandse Staat neemt aandelen kerncentrale Borssele over (Rijksoverheid.nl)onlineRijksoverheid / Staatssecretaris De Bat (Klimaat en Groene Groei) 2026
  • Notitie Analyse netinpassing nieuwe kerncentrales (TenneT, januari 2026)documentonlineTenneT TSO, i.o.v. ministerie van EZK/KGG 2026
  • Notitie Opvolging acties inpassing kernenergie in Terneuzen (TenneT, mei 2026)documentonlineTenneT TSO, i.o.v. ministerie van EZK/KGG 2026
  • Planbureau slaat alarm: kernenergie pakt nagenoeg heel het Klimaatfonds en laat energietransitie met kruimels achter (Solar Magazine, 17-09-2026)onlineEdwin van Gastel (Solar & Storage Magazine) 2026
  • Reflectie op voorstellen voor de inzet van middelen uit het Klimaatfonds in het MJP 2027 - een quickscan (PBL-publicatie 6104)documentonlinePBL (Matthijsen, J. red., e.a.) 2026
  • The Costs of Generating Electricity 2025 (10e editie Projected Costs-reeks)documentonlineOECD Nuclear Energy Agency (NEA) / EPRI 2026
  • Vaststelling begrotingsstaat Klimaat- en energiefonds 2027 (Kamerstuk 37 020 M, nr. 2)documentonlineMinisterie van Klimaat en Groene Groei (fondsbeheerder KEF) 2026
  • EPZ Jaarverslag 2023, 2024 en 2025 (financieel Borssele)onlineN.V. EPZ 2025
  • Evaluatie van de kosten van eindberging (COVRA rapport 25.095, 17-11-2025)documentonlineCOVRA (Verhoef, Neeft, Bartol, Vuorio) 2025
  • Kamerbrief / antwoorden financiering kerncentrales: marktconsultatie en GSP (KPMG, Baringa, Witteveen+Bos)onlineMinister KGG / Financiën 2025
  • Kamerbrief stand van zaken nieuwbouw kerncentrales (november 2024) en vervolg voortgangsbrieven 2025onlineMinisterie van Klimaat en Groene Groei 2025
  • Klimaat- en Energieverkenning 2025documentonlinePlanbureau voor de Leefomgeving (PBL) 2025
  • Project Split - Managementsamenvatting Government Support Package nieuwbouw kerncentrales (KPMG, 6-10-2025)documentonlineKPMG Advisory / Etara i.o.v. Ministerie van KGG 2025
  • Routekaart voor een lange termijn beheer van radioactief afval (CONCEPT versie 11-12-2024, bijlage bij ontwerp-NPRA 2025-2035)documentonlineMinisterie van Infrastructuur en Waterstaat 2025
  • Systeemkostenanalyse kernenergie: Impact van nieuwe kerncentrales op de kosten van het energiesysteem (TNO 2025 R11293)documentonlineTNO (Kooiman, Beres, Scheepers e.a.) / D-Cision, i.o.v. Ministerie van Klimaat en Groene Groei 2025
  • Antwoorden Kamervragen kosten bouw twee kerncentrales (Aanhangsel Handelingen 2024-2025 nr. 629)onlineMinister Hermans (Klimaat en Groene Groei) 2024
  • Kamerstuk 25422 nr. 306 - Verzamelbrief Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming Q4 2024 (12-12-2024; TK 2024D49252)documentonlineStaatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (C.A. Jansen) 2024
  • Wet aansprakelijkheid kernongevallen (WAKO) – geldend 06-09-2024onlineNederlandse wetgever (Stb. 1979, 225 e.v.) 2024
  • Kernenergiehaftpflichtgesetz (KHG) Zwitserland – onbeperkte aansprakelijkheid en dekkingsplichtonlineBundesamt für Energie (BFE) / Schweizerische Eidgenossenschaft 2022
  • Scenariostudie kernenergie (Witteveen+Bos / eRisk / HCSS, 2022)onlineWitteveen+Bos, eRisk, HCSS i.o.v. EZK 2022
  • Atomgesetz (AtG) §31 onbeperkte aansprakelijkheid en §13 Deckungsvorsorge DuitslandonlineBundesrepublik Deutschland (gesetze-im-internet.de) 2021
  • Projected Costs of Generating Electricity - 2020 EditiondocumentonlineIEA / OECD Nuclear Energy Agency (NEA) 2020
  • Kosten energie- en klimaattransitie in 2030 - update 2018 (PBL-notitie 3241, 28-3-2018)documentonlinePBL (Koelemeijer, Daniels, Koutstaal e.a.) 2018
  • Technical and Economic Aspects of Load Following with Nuclear Power Plants (NEA, juni 2011)documentonlineOECD Nuclear Energy Agency (NEA) 2011
Datapunten bij deze analyse
  • 112 % Indirect staatsbelang in EPZ (kerncentrale Borssele) na overname ZEH Energybron
  • 551 Mt CO2-eq/jr (2040, basispad) Emissies elektriciteitssector NL raming 2040 (PBL KEV 2026)bron
  • 531 % Aandeel perceel Kernenergie in vrije KEF-ruimte na MJP 2027bron
  • 1606 mln euro per jaar Uitgaven kernenergie, ontwerpbegroting 2027: 92,2 mln eurobron
  • 154 USD/MWh LCOE grote kerncentrale near-term, 15 landen (NEA/EPRI 2025)bron
  • 155 USD/MWh LCOE grote kerncentrale NOAK, 10 landen (NEA/EPRI 2025)bron
  • 660 jaar bouwtijd incl. voorbereiding Bouwtijd 2 nieuwe kerncentrales incl. voorbereiding: 10 tot 15 jaar (integrale effectenanalyse locatiekeuze 2026)bron
  • 553 m3/s koelwater (2 centrales, tot) Koelwaterbehoefte 2 nieuwe kerncentrales (IEA locatiekeuze 2026)bron
  • 554 ha (hoofdterrein; incl. werkterrein) Ruimtebeslag 2 nieuwe kerncentrales: hoofdterrein en werkterrein (IEA 2026)bron
  • 533 GW vraag Benodigde elektriciteitsvraag Zeeland voor inpassing 3,2 GW kern + wind op zee (TenneT 2026)bron
  • 534 EUR/jr (maatschappelijk) Redispatchkosten bij 3,2 GW kern in Zeeland zonder structurele netoplossing (TenneT 2026)bron
  • 535 TWh/jr niet transporteerbaar Verdringing wind op zee door kern bij netinpassing Zeeland (TenneT 2026)bron
  • 525 aantal centrales Aantal kerncentrales te financieren uit KEF-reservering 14 mld (PBL quickscan MJP 2027)bron
  • 536 Mt CO2 (ISDE+SAH) Output per euro ISDE en SAH (warmtepompen, warmtenetaansluitingen) MJP 2027bron
  • 537 % elektriciteitsproductie 2050 Rol kernenergie in NPE 2050: vermogen en aandeel elektriciteitsproductiebron
  • 527 factor (claim / vrije ruimte) Verhouding claims vs vrije ruimte KEF-percelen buiten Kernenergie (MJP 2027)bron
  • 159 EUR2026/MWh Verwachte groothandelsprijs elektriciteit NL 2027-2033 o.b.v. futures (TNO 2026)bron
  • 552 aantal 380 kV-velden (max 800 MW/veld) Benodigde 380 kV-aansluitvelden voor 2 x 1,6 GW kern (TenneT jan 2026)bron
  • 114 EUR/MWh LCOE-bandbreedte nieuwe kernenergie NL (literatuur)bron
  • 658 jaartal besluit locatie en beheermethode Tijdpad eindberging radioactief afval: besluit locatie/beheermethode rond 2050; eerder doel (besluit 2100, berging 2130) losgelatenbron
  • 158 EUR/MWh Day-ahead baseload stroomprijs NL, jaargemiddelde 2021-2025 (CBS/APX)bron
  • 1600 kans per reactorjaar Empirische kans op zware kernsmelting INES 7: 4 op circa 14.500 reactorjaren tot 2011, 1 op 3.625; afgerond 1 op 5.000 per reactor per jaarbron
  • 113 EUR mln/jaar EPZ nettoresultaat (bestaande KCB Borssele)bron
  • 1689 aantal doden Fukushima: 2.351 rampgerelateerde doden door evacuatie en gezondheidsverslechteringbron
  • 530 kg CO2/kWh Algemene (marginale) CO2-emissiefactor elektriciteit, steekjaar 2037 (PBL SDE++ 2026)bron
  • 532 EUR/t CO2 (subsidie) Subsidie-intensiteit wind op land en zon-pv SDE++ 2026 (EUR per vermeden ton CO2)bron
  • 334 mld euro cumulatief tot 2040 (alle interventies) TNO: besparing decentrale interventies 4,5-24,5 mld euro tot 2040bron
  • 156 EUR2025/MWh LCOE nieuwbouw NL per GSP-financieringsscenario (KPMG 2025)bron
  • 656 EUR2024/jr systeemkosten met-zonder kern 2050 Systeemkosten NL 2050 met vs zonder 4 kerncentrales: -52 tot -18 mln/jr (basis) tot +0,8 mld/jr (variant) (TNO 2025)bron
  • 529 Mt CO2-eq/jr Emissies elektriciteitssector NL 2024 en raming 2030 (PBL KEV 2025)bron
  • 157 EUR2024/MWh Groothandelsprijs elektriciteit basislast NL, 2024 en raming 2030 (PBL KEV 2025)bron
  • 528 jaartal Vroegste inbedrijfname nieuwe kerncentrales NL (PBL KEV 2025)bron
  • 280 kW per woningequivalent Extra gelijktijdig netvermogen per weq: all-electric WPbron
  • 281 kW per woningequivalent Extra gelijktijdig netvermogen per weq: warmtenet MT/HT en LTbron
  • 1686 kans per jaar PSA Borssele: kernsmeltfrequentie 1 per 400.000 jaar (2,5e-6) per productiejaar; grote vroege plus late lozing 5,5e-8 per jaarbron
  • 657 EUR/MWh integrale kostprijs NW-Europa 2050 GEDATEERD: kostprijs energie NW-Europa 2050 zonder/met kern 38,4/38,2/38,0 EUR/MWh; met kern 0,6-0,9 mld/jr goedkoper (W+B 2022)bron
  • 150 EUR/MWh LCOE kern per financieringsmodel (W+B 2022)bron
  • 149 EUR/MWh LCOE nieuwe kerncentrale NL bij WACC 3,8% en 7,0% (W+B 2022)bron
  • 151 USD2018/MWh LCOE nieuwbouw kern Frankrijk EPR bij 3/7/10% (IEA/NEA 2020)bron
  • 152 USD2018/MWh LCOE nieuwbouw kern Slowakije bij 3/7/10% (IEA/NEA 2020)bron
  • 153 USD2018/MWh LCOE wind op land NL bij 3/7/10% (IEA/NEA 2020)bron
  • 562 EUR/t CO2 (nationale kosten 2030) Kosteneffectiviteit elektriciteitsopties 2030 op gelijke maatstaf: zon, wind en kern (PBL 2018)bron
  • 549 EUR/t CO2 (nationale kosten, 2030) Kosteneffectiviteit extra kerncentrale 1,6 GW in 2030, nationale kosten (PBL 2018)bron
  • 550 EUR/t CO2 (7.000 vollasturen, 2030) Kosteneffectiviteit kerncentrale bij 7.000 i.p.v. 8.000 vollasturen (PBL 2018)bron
  • 659 % nominaal vermogen/min (1-2 cycli per dag) Regelbaarheid moderne lichtwaterreactoren: 1-2 keer per dag tussen 100% en 50% vermogen, 3-5% per minuut (NEA 2011)bron
  • 555 % daling unit capability factor Verlies capability factor door load-following kerncentrales Frankrijk (NEA 2011)bron