Waarom was er geen stockpile van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

Aspect

In de jaren vóór 2020 was de Nederlandse strategische voorraad PBM uit het oogpunt van kostenefficiëntie en "just-in-time" logistiek grotendeels wegbezuinigd en verlopen. Toen de crisis uitbrak, waren er simpelweg niet genoeg FFP2-maskers (die beschermen tegen aërosolen) beschikbaar voor de zorg, laat staan voor de burger.

De verantwoordelijkheid voor het ontbreken en het stapsgewijs afschalen van de nationale strategische voorraad Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM) ligt niet bij één enkele persoon, maar is het resultaat van een systemische, bestuurskundige doctrine die over een periode van ruim tien jaar door opeenvolgende kabinetten-Rutte (met name Rutte I, II en III) is gevoerd.

Binnen dit stelsel van "New Public Management" stonden marktwerking, decentralisatie, kostenefficiëntie en just-in-time logistiek centraal. Dit leidde tot een collectieve bestuurlijke blindheid voor de risico's van een mondiale polycrisis.

Als we de formele en politieke verantwoordelijkheid chronologisch ontleden, vallen de volgende sleutelfactoren en actoren aan te wijzen:

1. De oorsprong: decentralisatie naar de markt (2011 - 2012)

De fundamentele weeffout werd gemaakt aan het begin van de jaren '10, tijdens het kabinet-Rutte I.

  • Verantwoordelijk bewindspersoon: Edith Schippers (Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VVD).

  • De beleidswijziging: In de nasleep van de Mexicaanse griep (2009), waarbij de overheid grote hoeveelheden vaccins en PBM had ingekocht die achteraf deels ongebruikt moesten worden vernietigd, ontstond er politieke druk om te bezuinigen op crisisvoorraden.

  • Het besluit: Schippers besloot de verantwoordelijkheid voor het aanleggen en beheren van noodvoorraden PBM te decentraliseren. De lijn werd: de zorgsector moet dit zelf regelen. Ziekenhuizen, verpleeghuizen en thuiszorginstellingen werden zelf verantwoordelijk voor hun voorraden.

2. De gevolgen van de zorgmarkt: kostenreductie

Toen de zorginstellingen de verantwoordelijkheid kregen, werden zij geconfronteerd met opeenvolgende bezuinigingen en budgettaire krapte (onder andere door het Regeerakkoord van Rutte II in 2012).

  • Marktdwang: In een gereguleerde zorgmarkt moeten instellingen concurreren op prijs en efficiëntie. Het aanleggen van grote, dure voorraden maskers die een houdbaarheidsdatum hebben (het elastiek en de statische lading van FFP2-maskers degraderen na enkele jaren), werd door accountants en controllers gezien als "dood kapitaal" en verspilling.

  • Just-in-Time logistiek: Instellingen vertrouwden volledig op commerciële leveranciers die maskers just-in-time uit lagelonenlanden (met name China) konden leveren. De overheid hield hierop geen centrale regie of operationeel toezicht.

3. Het schrappunt: Landelijk Depot Infectieziektebestrijding (LDI)

Er bestond destijds wel een kleine, formele achtergrondvoorraad onder beheer van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM): het Landelijk Depot Infectieziektebestrijding (LDI).

  • Verantwoordelijk bewindspersoon: Wederom Edith Schippers (Rutte II).

  • De liquidatie: In de jaren voorafgaand aan 2020 werd de financiering voor dit specifieke depot structureel uitgekleed. De voorraad was primair bedoeld voor kleinschalige uitbraken (zoals een lokale ebola-casus of vogelgriep bij een pluimveebedrijf). Het depot was absoluut niet gedimensioneerd op een grootschalige, landelijke pandemie. Toen begin 2020 de vraag explodeerde, bleken de weinige maskers die er lagen bovendien deels over de houdbaarheidsdatum te zijn.

4. De politieke klap: Rutte III en de Rekenkamer (2019 - 2020)

Vlak voor het uitbreken van de crisis lag de ministeriële verantwoordelijkheid bij:

  • Verantwoordelijk minister: Hugo de Jonge (Minister van VWS, CDA) en Bruno Bruins (Minister voor Medische Zorg, VVD).

  • De waarschuwingen: Uit latere rapporten van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) en de Algemene Rekenkamer bleek dat er in de jaren direct voorafgaand aan de pandemie herhaaldelijk intern was gewaarschuwd dat Nederland logistiek kwetsbaar was bij een pandemie. De Jonge en Bruins erfden een uitgekleed systeem, maar hebben in de jaren 2017-2019 niet ingegrepen om de stockpile te herstellen.

Bestuurskundige conclusie: een systeemfalen

Politiek gezien dragen Edith Schippers (wegens de decentralisatie en de ideologie van marktwerking in de zorg) en de Kabinetsleiders (Mark Rutte) de strategische verantwoordelijkheid voor de keuzes die ertoe hebben geleid dat de magazijnen leeg waren.

Zij handelden echter binnen een breder, destijds breed gedragen politiek paradigma: de overheid moest kleiner, de markt was efficiënter, en voorraden waren onnodige kostenposten.

Dit is exact de reden waarom ons burgerplatform hamert op een financieel solide en datagedreven "Rolling Stockpile" (Fase 3 van het Proposal). Een vitale crisisvoorraad mag nooit worden overgelaten aan de grillen en winstdoelstellingen van een commerciële markt, maar moet als een harde, publieke infrastructurele nutsvoorziening worden beheerd.

Documenten

Terug & verder bladeren:

 

tinyurl: link
views: 2

Voorstellen

Achtergrond

Gerelateerd nieuws